Zwangerschapsuitkering zwangere zelfstandigen

Datum garantstelling: 
1 september 2005

In 2004 werd de publieke arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor zelfstandigen (de WAZ) geschrapt. In 2008 kwam er opnieuw een uitkeringsregeling voor zwangere zelfstandigen, maar alle onderneemsters die tussen 2004 en 2008 zwanger waren, dreigen tussen wal en schip te vallen. Het Clara Wichmann proefprocessenfonds stapte naar de rechter om ook voor deze circa 20.000 vrouwen met terugwerkende kracht een regeling af te dwingen.

Het Proefprocessenfonds beschouwt deze zaak als een principiële pro-actieve zaak. Het fonds betaalde de griffierechten en stond garant voor de proceskosten en betaalde gedeeltelijk de kosten van extra juridische expertise. De Hoge Raad heeft bij arrest van 1 april 2011 bepaald dat op de Staat geen zorgverplichting rust om een uitkering voor zwangere zelfstandigen in te voeren. (Zie het arrest Hoge Raad)

Het proefprocessenfonds Clara Wichman heeft zich tot het CEDAW, de commissie die toeziet om de naleving van het VN vrouwenverdrag, gewend. Het CEDAW beveelt de Nederlandse Staat vrouwen die geen uitkering hebben gehad schadeloos te stellen. (Zie de uitspraak van het Cedaw)

Stand van zaken

- Laatste Nieuws - CRvB
In zijn uitspraak van 27 juli 2017 het de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat het Uwv ten onrechte heeft geweigerd vrouwelijke zelfstandigen in aanmerking te brengen voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering.

CEDAW

Het fonds heeft zich tot de Staat gewend met het verzoek om gevolg te geven aan de aanbevelingen van het CEDAW en een regeling te treffen met de vrouwen die geen uitkering hebben ontvangen, Minister Asscher weigert aan dit verzoek te voldoen. Zie onze reactie op de brief van minister Asscher.

UWV
De zes klaagsters in deze procedure hebben met de uitspraak van het CEDAW toch een uitkering aangevraagd bij het UWV. Resultaat: Eén klaagster heeft de uitkering toegekend gekregen! De andere vrouwen zijn in bezwaar en beroep gegaan tegen hun afwijzing. Hier wordt naar voren gebracht dat aan één van de zes de uitkering is toegewezen en dat op basis van het gelijkheidsbeginsel voor de anderen hetzelfde behoort te gelden. Het UWV verwerpt deze argumentatie en stelt dat het fout was die ene uitkering toe te kennen.

 

Er lopen nu twee verschillende procedures tegen UWV, die mede worden ondersteund door de Vereniging Vrouw en Recht en het FNV. 

 

Rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 23 september 2016 dat de Nederlandse wetgever ten onrechte niet heeft voorzien in een uitkeringsregeling voor zwangere zelfstandigen. De rechtbank volgde hierin de uitspraak van CEDAW.

Rechtbank Amsterdam oordeelde eerder in juli 2016 in het beroep van twee medeklaagsters dat er geen reden was om geldelijke vergoeding toe te kennen.
De klaagsters gaan in beroep tegen de uitspraak Rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep zal hier uiteindelijk over beslissen.

FNV Meldpunt
Het FNV heeft een meldpunt opgericht voor vrouwen die in de periode 2004- 2008 geen uitkering hebben ontvangen. Lees hier meer.

Ondanks dat deze procedure al jaren voortsleept blijft het fonds volharden en zijn we nog lang niet uitgeprocedeerd zolang er geen gerechtigheid is voor deze vrouwen.

Rechtbank Den Haag
datum uitspraak: 
25 juli 2007

Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann spande samen met de FNV een juridische procedure aan tegen de Staat. De Rechtbank Den Haag oordeelde echter dat zelfstandig werkende vrouwen niet hoeven te rekenen op een zwangerschapsuitkering van de overheid. Het Proefprocessenfonds ziet vooral in het VN-Vrouwenverdrag goede mogelijkheden voor een hoger beroep.

Het Proefprocessenfonds heeft besloten in hoger beroep te gaan voor een zwangerschapsregeling voor zwangere zelfstandigen. De FNV heeft besloten niet door te procederen.

Gerechtshof Den Haag
datum uitspraak: 
21 juli 2009

Bij het arrest van 21 juli 2009 heeft het gerechtshof Den Haag de vorderingen van het Proefprocessenfonds en de individuele betrokkenen afgewezen. Het hof is van oordeel dat noch uit artikel 11 lid 2 sub b Vrouwenverdrag noch uit de artikelen 4 en 8 van de Zelfstandigenrichtlijn een verplichting voor de Staat voortvloeit om tijdens zwangerschapsverlof een uitkering van bepaalde hoogte te garanderen.

Het fonds heeft begin 2010 cassatieadvies ingewonnen en heeft (mede) op basis daarvan besloten om in cassatie te gaan.

Hoge Raad
datum uitspraak: 
1 april 2011

De Hoge Raad oordeelde dat op de staat geen zorgverplichting rust om voor zwangere zelfstandigen betaald bevallingsverlof te regelen. De Hoge Raad kent dus geen rechtstreekse werking toe aan rt 11 lid 2 van het Vrouwenverdag, omdat deze bepaling niet nauwkeurig (genoeg) staat omschreven.

Het proefprocessenfonds gaat door. Het fonds enteert een procedure bij het CEDAW. Bijna alle eiserressen doen mee.

CEDAW
datum uitspraak: 
17 februari 2014

Op 17 februari oordeelde CEDAW dat de Nederlandse Staat de zwangere zelfstandigen zonder uitkering moet compenseren. Toen in 2008 een nieuwe wettelijke regeling voor zwangere zelfstandigen tot stand kwam, heeft de Staat daaraan geen terugwerkende kracht toegekend. Dit is discriminatie van vrouwen en de Staat heeft daarmee in strijd met artikel 11 van het Vrouwenverdrag gehandeld en de rechten van de klaagsters geschonden. Dit artikel geeft de Staat een resultaatsverplichting.

Het  CEDAW beveelt de Staat aan om alle klaagsters en ook andere vrouwen die geen uitkering hebben gehad, schadeloos te stellen. De Staat dient binnen zes maanden schriftelijk aan het CEDAW te rapporteren welke actie zij heeft ondernomen. Ook wordt de Staat gevraagd om de aanbevelingen en overwegingen van het CEDAW in brede kring te verspreiden en te publiceren.

 

Centrale Raad van Bereop
datum uitspraak: 
27 juli 2017

De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 27 juli 2017 geoordeeld dat het Uwv ten onrechte heeft geweigerd vrouwelijke zelfstandigen in aanmerking te brengen voor een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. De vrouwelijke zelfstandigen moet alsnog een passende compensatie worden geboden, aangezien zij op grond van het VN-Vrouwenverdrag recht hebben op enige vorm van bevallingsverlof met behoud van (een zeker) inkomen.