Sollicitatie procedure Universiteit van Amsterdam

Thema: 
Datum garantstelling: 
1 juli 2010

Er wordt nog steeds onderscheid gemaakt naar geslacht aan de Nederlandse universiteiten. Ook de Universiteit van Amsterdam maakt zich hier schuldig aan oordeelde de Commissie Gelijke Behandeling in 2009.

Een vrouw met een cv die niet onderdeed aan de andere kandidaten, allenman, solliciteerde naar de functie van universitair docent aan de economische faculteit maar kwam niet door de selectieprocedure heen. Het Proefprocessenfonds is van mening dat er maatregelen moeten komen om de discriminatie in de aanstellingsprocedure te voorkomen.

Rechtbank Amsterdam
datum uitspraak: 
13 maart 2013

Op 13 maart heeft Rechtbank Amsterdam een uitspraak gedaan. Uit het vonnis blijkt dat de rechter heeft aangenomen dat de door het fonds en Kuiper aangevoerde feiten betreffende het verloop van de sollicitatieprocedure (waaronder de samenstelling van de selectiecommissie, het gebrek aan een objectieve buitenstaander bij de selectie van kandidaten, het feit dat de sollicitatieprocedure zoals die was omschreven in de tekst van de vacature na het vaststellen van de shortlist niet is gevolgd, en de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke wetenschappers in Nederland) een vermoeden opleveren dat de UvA ten aanzien van Kuiper onderscheid heeft gemaakt naar geslacht. De rechter oordeelt echter dat de UvA erin is geslaagd om dit vermoeden te weerleggen en heeft de vorderingen van het fonds en Kuiper daarom afgewezen.

Gerechtshof Amsterdam
datum uitspraak: 
23 augustus 2016

In het Hoger Beroep stond het fonds garant voor de proceskosten. In het tussenvonnis zette het Gerechtshof vraagtekens bij het eerdere oordeel van de rechtbank dat de UvA erin is geslaagd het vermoeden van discriminatie te weerleggen. Eind 2015 / begin 2016 vonden de getuigenverhoren plaats.

Op 23 augustus deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak (pdf volgt nog).

Het Clara Wichmann Fonds is verheugd dat het Hof de het door ons gevorderde bewijsvermoeden bevestigt. Het Hof bestendigt dat universitaire benoemingsprocedures waarbij:
a. waaronder oververtegenwoordiging van mannen in de samenstelling van de selectiecommissie;
b. het gebrek aan een objectieve buitenstaander bij de selectie van kandidaten,
c. het feit dat er in de sollicitatieprocedure gebruik wordt gemaakt van schuivende selectiecriteria terwijl er
d. een aantoonbare ondervertegenwoordiging van vrouwen in hogere wetenschappelijke posities verdacht van een mogelijkheid van discriminatie zijn aan te merken en dat het aan de Universitaire instelling is om dan vervolgens te bewijzen dat er geen sprake was van discriminatie. Dit versterkt de rechtspositie van vrouwen, omdat ze bij een ondoorzichtige procedure die in hun nadeel werkt gemakkelijke kunnen bewijzen dat er sprake was van discriminatie. Maar de zaak heeft ook en belangrijke signaal functie naar de Universiteiten, namelijk dat er een grondige gender en diversiteitscheck moet zijn bij elke sollicitatieprocedure. Het gerechtshof oordeelde echter ook dat de UvA is geslaagd in de bewijsopdracht.

Geschiedenis proefproces