Seksuele intimidatie op de werkvloer

Datum garantstelling: 
1 maart 2014

Een zelfstandig onderneemster voerde op basis van een overeenkomst van opdracht redactionele werkzaamheden uit voor een beroepsvereniging. De hoofdredacteur stuurde haar regelmatig sms-berichten met een intiem en/of seksueel karakter. De vrouw heeft laten weten geen interesse te hebben in een relatie met de hoofdredacteur. Vervolgens is haar overeenkomst van opdracht niet verlengd. Volgens de opdrachtgever was deze keuze ingegeven door een lagere offerte van een andere kandidaat. Deze andere kandidaat hoefde echter slechts een offerte op te stellen voor een gedeelte van de betreffende redactionele werkzaamheden. De offerte van de vrouw was derhalve bij voorbaat kansloos.

College van de Rechten van de Mens
Het College van de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat er wel sprake is geweest van gedrag met seksuele connotatie maar dat dit gedrag niet tot doel of gevolg had dat de waardigheid van de vrouw is aangetast omdat verzoekster en de hoofdredacteur op voet van gelijkwaardigheid privécontacten onderhielden en geen zuiver professionele relatie hadden. Over dit oordeel heeft prof. mr. R Holtmaat een kritische noot geschreven (JAR 30 juli 2013). Volgens Holtmaat heeft het College er geen blijk van gegeven dat het heeft begrepen dat het bij seksuele intimidatie gaat om situaties van afhankelijkheid en ondergeschiktheid.  De ‘voor-wat-hoort-wat’ vorm daarvan is volgens Holtmaat bijzonder venijnig en kan de gelijke kansen van met name vrouwen op de werkvloer ernstig aantasten. 

Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann ondersteunt de zaak. De inzet in de bodemprocedure zal zijn dat alsnog vast komt te staan dat wel sprake was van seksuele intimidatie. Ook zal vergoeding van de schade die de vrouw heeft geleden hierdoor in rechte worden gevorderd.

Rechtbank Amsterdam

 

Het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten, waarbij de directeur en hoofdredacteur zouden worden gehoord, is afgewezen door de rechtbank Amsterdam. Tegen deze beschikking is thans hoger beroep ingesteld bij gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
datum uitspraak: 
10 november 2015

In het arrest van 10 november jl. komt het Hof - anders dan de Rechtbank - tot het oordeel dat het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor wel degelijk kan worden toegewezen. De zelfstandig onderneemster krijgt nu alsnog de mogelijkheid om de directeur van de beroepsvereniging en de hoofdredacteur van het daaraan verbonden tijdschrift te doen horen over de gang van zaken omtrent de beslissing om haar overeenkomst van opdracht niet te verlengen. Verzoekster heeft aangevoerd dat deze beslissing direct verband hield met haar weigering om in te gaan op de seksuele avances van de hoofdredacteur.

Het Hof heeft met zoveel woorden overwogen dat niet kan worden uitgesloten dat de door verzoekster gestelde feiten - indien bewezen - tot aansprakelijkheid van de directeur en hoofdredacteur kunnen leiden. Het proefprocessenfonds blijft verzoekster steunen bij het verdere verloop van de procedure.

Stand van zaken