Turkse meisjesnaam

Datum garantstelling: 
23 augustus 2016

Bij haar huwelijk in Turkije is aanvraagster haar Turkse meisjesnaam verloren. Hierna is zij genaturaliseerd onder haar gehuwdennaam. Na haar echtscheiding in Nederland wenst zij haar meisjesnaam terug te krijgen. Dit kan alleen via verzoek van een achternaamswijziging, waarvoor meer dan 800 euro leges wordt gerekend.

Veel bipatride vrouwen die op basis van buitenlands recht door een huwelijk hun meisjesnaam zijn verloren, komen na de echtscheiding voor hoge kosten te staan om hun naam weer terug te krijgen. Deze hoge financiele drempel is in strijd met artikel 8 van het EVRM en artikel 16 - eerste lid g- van het VN-Vrouwenverdrag.

Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann staat garant voor het griffierecht in deze zaak.

Op 7 juni 2017 werd het beroep van aanvraagster behandeld door de rechtbank en de uitspraak was op 21 juli 2017:

Beroep ongegrond verklaard
datum uitspraak: 
21 juli 2017

De uitspraak van de rechtbank Amsterdam op het beroep inzake de leges voor de naamswijziging van Turkse aanvraagster. 

 

Het beroep is ongegrond verklaard. De rechtbank is van mening dat de overheid een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van maatregelen voor geslachtsnaamwijziging. De rechtbank vindt de stabiliteit van het namenrecht en de kostendekkendheid voldoende legitieme argumenten om aan de verplichting tot legesbetaling vast te houden.  

 

Ook is de rechtbank van oordeel dat een beroep op artikel 16 VN-Vrouwenverdrag niet slaagt. Het komt erop neer dat de rechtbank vindt dat het niet de verantwoordelijkheid is van de Nederlandse staat om de discriminatoire Turkse wetgeving inzake namenrecht gratis te repareren voor cliënte.

 

Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel is niet gehonoreerd.

 

Het Proefprocessenfonds Clara Wichmann beraadt zich over het instellen van hoger beroep en bij afwijzing een klacht indienen bij het EHRM.