Sinds 1 januari 2024 kunnen ouders in Nederland hun kind een gecombineerde achternaam geven. De Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG) biedt daarmee meer keuzevrijheid en lijkt een belangrijke stap richting gelijkwaardigheid tussen ouders. Maar toch behandelt de wet in de praktijk mannen en vrouwen niet gelijk.
Voor een gecombineerde achternaam is de toestemming van beide ouders nodig. Als één ouder niet instemt, kan de andere ouder niet zelfstandig diens achternaam aan die van het kind toevoegen. Vooral moeders lopen hiertegenaan. Veel kinderen kregen voor de wetswijziging namelijk de achternaam van hun vader. Moeders die onder de overgangsregeling van de wet alsnog hun naam wilden toevoegen, hadden toestemming van de vader nodig. De wet biedt geen mogelijkheid om daarvoor vervangende toestemming aan de rechter te vragen.
Daar komt bij dat wanneer gehuwde of geregistreerde ouders geen keuze maken voor de achternaam van hun kind, de naam van de vader geldt. Deze zogenoemde vangnetnorm houdt volgens ons, Bureau Clara Wichmann, een traditioneel beeld in stand waarin de naam van de man de standaard is.
Een achternaam is meer dan een administratief gegeven. Het gaat over identiteit, erkenning en gelijkwaardigheid. Als de wet ouders daarin niet dezelfde positie geeft, blijft ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand.
Het probleem
De Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam heeft ouders meer keuzevrijheid gegeven, maar neemt bestaande ongelijkheid in het naamrecht niet weg. Wij zien als Bureau Clara Wichmann vier belangrijke problemen:
- Voor een gecombineerde achternaam is instemming van beide ouders nodig. Als één ouder weigert, kan de andere ouder de gecombineerde naam niet doorzetten.
- Omdat kinderen traditioneel de achternaam van de vader kregen, hadden moeders onder de overgangsregeling een ongelijke positie die zij niet konden herstellen zonder toestemming van de vader.
- De toestemmingseis wordt in de praktijk regelmatig door vaders ingezet als machtsmiddel tijdens een scheiding of juridische strijd om voogdij of financiën.
- Als gehuwde of geregistreerde ouders geen keuze maken, krijgt het kind volgens de vangnetnorm de achternaam van de vader. Daarmee blijft een genderstereotype uitgangspunt in de wet bestaan.
Volgens Bureau Clara Wichmann is deze ongelijke uitgangspositie in strijd met internationale mensenrechtenverdragen, waaronder het VN-Vrouwenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Onze rol
Wij spelen een actieve en ondersteunende rol in het aanpakken van dit probleem. We ondersteunen onder anderen Rebecca Lee in haar juridische strijd om haar achternaam toe te voegen aan die van haar dochter. Haar ex-partner geeft daarvoor geen toestemming. De huidige wet biedt haar geen mogelijkheid om de rechter om vervangende toestemming te vragen.
Daarnaast verzamelen wij ervaringen van andere moeders die tegen dezelfde problemen aanlopen en brengen wij de discriminerende effecten van de wet onder de aandacht van politiek en rechtspraak.
Doel
Hiermee zetten wij ons in voor:
- Gelijke behandeling van ouders bij het doorgeven van achternamen;
- Het aanpassen van de toestemmingseis, zodat een ouder geen veto heeft;
- De mogelijkheid tot vervangende toestemming via de rechter;
- Het wijzigen van de standaard naar een gecombineerde naam op alfabetische volgorde in plaats van die van de man en een ruime overgangsregeling;
- Het doorbreken van genderstereotypen in het familierecht.
“Het is verschrikkelijk dat je anno 2026 alsnog toestemming moet vragen aan de man als het gaat om je kind.”
— Rebecca Lee
Waar staan we nu
De ongelijke uitwerking van de wet staat inmiddels stevig op de juridische en politieke agenda. Er zijn door de rechtbank Zeeland-West-Brabant prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Samen met de Vereniging voor Vrouw en Recht en pro bono bijgestaan door advocaten van Houthoff, dienden wij schriftelijke opmerkingen hierover in bij de Hoge Raad.
In juni 2026, na een ronde tafel bespreking in de Tweede Kamer waarin verschillende vrouwen de gevolgen van deze wet voor hen en hun kinderen benoemden en onder meer Bureau Clara Wichmann besprak hoe de wet strijdig is met internationaal recht, nam de Tweede Kamer met ruime meerderheid een motie aan voor een gelijkwaardiger naamrecht
Een definitieve oplossing is er nog niet. De antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen worden eind 2026 verwacht. Tot die tijd blijven wij ons inzetten voor een naamrecht waarin gelijkwaardigheid tussen ouders het uitgangspunt is.
Betrokken advocaten
Houthoff (pro bono)
Januari 2024
De Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG) wordt ingevoerd. Vanaf dat moment kunnen ouders hun kind een gecombineerde achternaam geven. Voor kinderen die tussen 1 januari 2016 en 1 januari 2024 zijn geboren, geldt gedurende 2024 een overgangsregeling. Ouders kunnen hun kinderen met wederzijdse instemming alsnog een gecombineerde achternaam geven. Al snel komen de eerste signalen binnen dat de wet in de praktijk problemen oplevert, vooral voor moeders.
November 2024
Bureau Clara Wichmann ondersteunt de rechtszaak van Rebecca Lee waarin de discriminerende werking van de wet centraal staat.
December 2024
Bureau Clara Wichmann roept vrouwen op om hun ervaringen met de nieuwe wet te delen. Uit de reacties blijkt dat vrouwen tegen problemen aanlopen wanneer de andere ouder geen toestemming geeft voor een gecombineerde achternaam.
2025
Meerdere moeders stappen naar de rechter vanwege de toestemmingseis tijdens de inmiddels verstreken overgangsperiode. In veel zaken worden hun verzoeken afgewezen, omdat rechters aangeven niet bevoegd te zijn om vervangende toestemming te geven. De rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Daarmee wordt duidelijk dat de nieuwe wet in de praktijk tot juridische onduidelijkheid en ongelijkheid leidt.
Mei 2026
De politieke aandacht voor het probleem groeit en de roep om wetswijziging neemt toe. Bureau Clara Wichmann brengt samen met Tweede Kamerlid Songül Mutluer (Progressief Nederland) vrouwen bijeen die in de praktijk worden geraakt door de huidige wetgeving. Hun verhalen maken zichtbaar hoe de huidige regeling tot ongelijkheid kan leiden en in conflictsituaties zelfs kan worden ingezet als middel voor macht en controle. Op 27 mei dienen Mutluer en Joost Sneller (D66) een motie in om de huidige vangnetnorm uit het naamrecht te schrappen en te vervangen door een gelijkwaardige regeling. Zij stellen voor dat wanneer ouders geen gezamenlijke keuze kunnen maken, het kind de achternamen van beide ouders krijgt in alfabetische volgorde.
Juni 2026
Op 2 juni neemt de Tweede Kamer de motie van Mutluer en Sneller met ruime meerderheid aan. Daarmee roept de Kamer de regering op om de huidige vangnetnorm, waarbij een kind bij onenigheid automatisch de achternaam van de vader krijgt, te vervangen door een gelijkwaardige regeling. Op 19 juni dienen Bureau Clara Wichmann en de Vereniging voor Vrouw en Recht schriftelijke opmerkingen in bij de Hoge Raad. Zij stellen dat de huidige vangnetnorm in strijd is met internationale verdragen en pleiten ervoor dat een kind bij het ontbreken van een gezamenlijke keuze een gecombineerde achternaam krijgt. De antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen worden eind 2026 verwacht.
Contact
Heb je een algemene vraag over deze zaak? Stuur dan een e-mail naar info@clara-wichmann.nl. We helpen je graag verder of zorgen dat je bij de juiste persoon terechtkomt.
Woordvoerder: Mr. Linde Bryk, Hoofd strategische rechtszaken en jurist
Voor interviewverzoeken kun je contact opnemen met onze persvoorlichter:
Charlotte van Schijndel (zij/haar)
Persvoorlichter Bureau Clara Wichmann
T: +31 6 16952416
E: cvanschijndel@clara-wichmann.nl
