Home › Updates › Huiselijk geweld en uitblijvende vervolging: Third-Party Intervention bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Huiselijk geweld en uitblijvende vervolging: Third-Party Intervention bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Bureau Clara Wichmann heeft samen met Vereniging voor Vrouw en Recht, de Amsterdam Law Clinics van de Universiteit van Amsterdam en WOMEN Inc. een Third-party intervention ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het gaat om de zaak J.E. tegen Nederland (nr. 7467/25). De zaak J.E. tegen Nederland gaat over de vraag of de Nederlandse autoriteiten een vrouw voldoende hebben beschermd tegen huiselijk geweld en stalking door haar ex-partner, en of het nalaten van strafrechtelijke vervolging van de dader in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. 

Met de interventie bieden de organisaties het Hof informatie die relevant is voor de zaak. 

Een nationale crisis 

Partnergeweld is in Nederland een groot probleem. Elke twee weken overlijdt een vrouw als gevolg van partnergeweld. Voor een op de vijf vrouwen is geweld door de (mannelijke) partner de reden om te scheiden. In ongeveer een vijfde van de scheidingen is er een conflict over contact, zorg en gezag, en in minstens de helft van die zaken is er sprake van huiselijk geweld. Toch komt maar een klein deel van de daders voor de strafrechter. 

Wat de organisaties bij het EHRM onder de aandacht brengen    

De organisaties betogen dat de zaak J.E. exemplarisch is voor de genderneutrale benadering van partnergeweld in Nederland. Die benadering erkent onvoldoende dat vrouwen onevenredig vaak slachtoffer zijn van partnergeweld en dat partnergeweld een vorm van discriminatie is. Vervolging van partnergeweld na een scheiding en bij een conflict over contact, zorg en gezag blijft vaak uit. Dat heeft onder meer te maken met de nadruk die door rechters wordt gelegd op het voortzetten van het contact met beide ouders, óók als de moeder en de kinderen slachtoffer zijn (geweest) van huiselijk geweld door de ex-partner.  De interventie belicht drie knelpunten: 

1. In het familierecht verdwijnt het geweld uit beeld.  

2. Aangifte doen is moeilijk.  

3. Vervolging blijft vaak uit. 

Eerdere kritiek van GREVIO en het CEDAW-comité 

GREVIO, het toezichtsorgaan van het Verdrag van Istanbul, stelde in 2020 en opnieuw in 2025 dat Nederland onvoldoende rekening houdt met het gendergerelateerde karakter van huiselijk geweld, ook in zaken over gezag en omgang. GREVIO wees daarnaast op de lage vervolgingscijfers, het ontbreken van een verplichte richtlijn voor rechters en op het gebrek aan een genderbewuste en intersectionele benadering. Het CEDAW-comité concludeerde in februari 2026 dat Nederland vrouwen en kinderen onvoldoende beschermt tegen huiselijk geweld. Het beveelt aan dat huiselijk geweld in alle procedures over gezag en omgang wordt meegewogen. Bekijk de volledige Third-Party Intervention.