De Centrale Raad van Beroep heeft op 8 oktober 2026 geoordeeld dat huishoudelijk werkers die doorgaans op minder dan vier dagen per week in één bepaald huishouden werken, niet langer mogen worden uitgesloten van het recht op een Ziektewetuitkering. Uitsluiting is niet gerechtvaardigde indirecte discriminatie van vrouwen. Het UWV moet binnen dertien weken een nieuwe beslissing nemen in de zaak van de huishoudelijk werker.  

Huishoudelijk werker Eveline, gesteund door Vereniging voor Vrouw en Recht en Bureau Clara Wichmann, is een rechtszaak gestart tegen het UWV, omdat huishoudelijk werkers die op minder dan vier dagen per week bij één huishouden werken geen recht hebben op een Ziektewetuitkering.  

Na een positieve uitspraak van de Rechtbank Noord Holland op 17 april 2025 ging het UWV in hoger beroep. Op 8 oktober 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan en het eerdere oordeel van de rechtbank bevestigd. Daarmee is dit een belangrijke overwinning voor huishoudelijk werkers. 
 
Uitsluiting van Ziektewet niet toegestaan 
De uitspraak is van belang voor diegenen die op basis van een arbeidsovereenkomst huishoudelijk werk verrichten in een privéhuishouden, en ook voor pgb-zorgverleners die worden betaald uit een Pgb-Zorgverzekeringswet.  

De rechtbank had eerder al geoordeeld dat de uitsluiting van deze groep van het recht op Ziektewet vrouwen discrimineert, omdat vooral vrouwen huishoudelijk werk doen. De Centrale Raad is het hier in hoger beroep mee eens.  

Het UWV heeft niet aangetoond dat er een rechtvaardiging is voor de uitsluiting: het heeft niet kunnen onderbouwen dat de uitsluiting noodzakelijk is voor het bevorderen van werkgelegenheid van huishoudelijk werkers en ook niet voor het voorkomen van zwart werk.  

Wat betekent deze uitspraak voor huishoudelijk werkers? 
Gedurende de eerste zes weken moeten de huishoudens waar iemand werkt het loon bij ziekte doorbetalen, met een minimum van 70% van het loon. Daarna kan op basis van deze uitspraak een Ziektewetuitkering worden aangevraagd bij het UWV.  

Het is belangrijk om bij ziekte aan werkgevers te vragen of zij de huishoudelijk werker ziek willen melden bij het UWV. Doen zij dat niet, dan kan de huishoudelijk werker zelf contact opnemen met het UWV.  

De uitspraak geldt vooralsnog alleen voor de Ziektewet. Omdat de tekst in de Ziektewet op het relevante punt hetzelfde is als die in de Werkloosheidswet (WW), is het aannemelijk dat huishoudelijk werkers die werkloos zijn geworden ook WW kunnen aanvragen onder verwijzing naar deze uitspraak. Zeker is dat nog niet. 
 
Wat betekent dit voor pgbzorgverleners betaald uit een pgb zorgverzekeringswet? 
De meeste pgbzorgverleners hebben vanaf 1 januari 2026 recht op maximaal 104 weken loondoorbetaling (minimaal 70%) als ze ziek zijn of, als ze geen werkgever meer hebben, een Ziekte uitkering aanvragen. De Wet wijziging regeling dienstverlening aan huis is namelijk op 22 september aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet geldt echter niet voor de ruim 10.000 zorgverleners betaald uit een pgb zorgverzekeringswet. Die vallen nog steeds onder de tot maximaal zes weken beperkte loondoorbetaling. Door de uitspraak van 8 oktober kunnen ze wel een ziektewetuitkering aanvragen als ze langer dan zes weken ziek zijn.     

Belangrijke uitspraak voor de rechtspositie van vrouwen 
Samen met Vereniging voor Vrouw en Recht zien we de uitspraak als een belangrijke stap naar een betere rechtspositie voor huishoudelijk werkers. De uitzonderingspositie van deze groep raakt vooral vrouwen: meer dan 90% van de huishoudelijk werkers is vrouw. 

Deel dit artikel: