Amsterdam, 16 juli 2026 – Begin deze maand heeft staatssecretaris van Justitie & Veiligheid Claudia van Bruggen namens het kabinet excuses aangeboden aan de getroffenen van gedwongen binnenlandse afstand en adoptie. Tussen 1956 en 1984 moesten duizenden ongehuwde meisjes en vrouwen namelijk onder druk hun kind afgestaan ter adoptie. In veel gevallen was er sprake van dwang vanuit overheidsinstanties en religieuze instellingen. Twee weken later dreigen die excuses al ondergraven te worden door tekortschietende herstelmaatregelen. Wat gaat er mis?
De gemaakte excuses zijn essentieel in het traject van herstel voor de getroffenen van binnenlandse afstand en adoptie. Door veel moeders, afgestanen en vaders die op 2 juli aanwezig waren werden de excuses dan ook als oprecht gevoeld. Tegelijkertijd erkennen de excuses onvoldoende dat de Staat niet slechts heeft gefaald in haar taak om moeders en kinderen te beschermen, maar zelf vormgever was van de wetgeving en oprichter van de orgnisaties die de twee scheidde. Juist voor die eigen rol is geen expliciete verantwoordelijkheid genomen en zijn geen excuses aangeboden.
Excuses zijn alleen geloofwaardig wanneer zij gepaard gaan met concrete herstelmaatregelen waaruit blijkt dat naar de behoeften van slachtoffers is geluisterd en dat de overheid begrijpt welk leed is veroorzaakt. De maatregelen die de staatssecretaris van Justitie & Veiligheid en de minister van VWS in een brief aan de Tweede Kamer voorstellen, voldoen niet aan die maatstaf. De maatregelen schieten tekort en ontkrachten de geloofwaardigheid van de excuses. Zij weerspiegelen niet dat de overheid daadwerkelijk verantwoordelijkheid neemt voor haar rol in het scheiden van duizenden moeders en kinderen en dat er leer is getrokken over hoe in het verleden met getroffenen is omgegaan.
Niet geluisterd
Tijdens de gesprekken met het ministerie hebben stichting Verleden in Zicht (ViZ) en de Nederlandse Afstandsmoeder (DNA) samen met Bureau Clara Wichmann meermaals een duidelijk eisenpakket neergelegd. Voor zover de organisaties wisten, waren deze gesprekken nog gaande. Het verbaast ons dan ook dat de Kamerbrief de indruk wekt dat dit traject inmiddels is afgerond en dat de maatregelen die in de brief zijn verwoord hiermee definitief zijn afgekaderd. De gestelde eisen zien wij dan ook niet terug in de voorgestelde herstelmaatregelen.
Drie eisen, maar geen gehoor
Onbeperkte digitale inzage van dossiers is een van de kerneisen vanuit de getroffenen. Het recht om hun eigen geschiedenis te kennen is essentieel en het geheimhouden van deze informatie houdt het aangedane leed in stand. Voor deze onbeperkte toegang wordt niet gevochten in de brief met voorstellen. Volledige inzage wordt in het voorstel alsnog beperkt en getroffenen zullen net als vroeger tegen administratieve blokkades aanlopen. Uit niets blijkt dat een stap extra is gezet om te bekijken hoe, middels wetswijziging, privacy vereisten zouden kunnen worden opzijgezet. Nog ernstiger is het feit dat de brief benoemt dat wordt bekeken of de Raad voor de Kinderbescherming een rol kan spelen in het begeleiden van getroffenen bij de inzage van dossiers. Dat juist een van de daders, een organisatie diedecennia lang een cruciale rol heeft gespeeld in het aansturen op het scheiden van duizenden moeders en kinderen, hiervoor zou worden ingeschakeld is voor veel getroffenen onbegrijpelijk.
Ook zal volgens de kamerbrief geen aanvullende vergoeding worden vrijgemaakt voor psychosociale hulp voor getroffenen. Regulier beschikbare zorg zou voldoende zijn en van zorgverleners die de verzekeraars niet vergoeden zou de overheid de kwaliteit niet kunnen garanderen, dus zouden er geen stappen nodig zijn. Hierbij wordt voorbijgegaan aan de wens van getroffenen om zelf passende hulp te kiezen, het ‘eigen risico’, niet-gecontracteerde zorg en het feit dat velen al decennialang op eigen kosten ondersteuning moesten zoeken. Ook op dit punt worden getroffenen niet gehoord.
Tot slot zou een financiële compensatie niet nodig zijn want daar zou het rapport van de Commissie die het historisch onrecht onderzocht en de rechtspraak geen aanleiding toe bieden. In 2025 wees het Hof Den Haag de vorderingen van Trudy Scheele-Gersten die destijds gedwongen afstand moest doen van haar kind, en Bureau Clara Wichmann, af onder andere omdat de zaak verjaard was. Ondanks een oproep van de Verenigde Naties en een door de Tweede Kamer aangenomen motie om de verjaring in deze zaak van historisch onrecht los te laten, weigerde de toenmalige minister. Hiermee heeft de Staat een situatie gecreëerd waarin de rechter nooit tot een oordeel heeft kunnen komen over de aansprakelijkheid van de Staat en daarmee gepaard gaande financiële compensatie. Nu wordt dit gegeven gebruikt als argument om financiële compensatie te weigeren.
Tegelijkertijd zei de staatssecretaris in haar toespraak op 2 juli: “Een aantal van jullie heeft na de geboorte lang in een tehuis of in één of meerdere opvanggezinnen gewoond. Veiligheid en geborgenheid waren daar niet vanzelfsprekend. Dit bleek al eerder uit het rapport ‘Onvoldoende beschermd’, dat tot excuses van de overheid leidde.” Hierdoor erkent de regering dat afgestanen onder de doelgroep valt die onvoldoende is beschermd en in aanmerking kwam voor een schadevergoeding.
Volg het voorbeeld
Uitgebreide herstelmaatregelen zijn geen onredelijke eis, zo laten Ierland en de staat Victoria (Australië) zien waar uitgebreide herstelmaatregelen zijn getroffen voor vergelijkbaar leed waaronder vergoeding van psychosociale hulp. Nederland zou deze voorbeelden moeten volgen uiteraard in nauwe samenspraak met getroffenen. Als de Staat op de huidige koers doorgaat zullen de excuses voor het aangedane historisch onrecht leeg blijven voelen en ondergraven worden.
