Onlangs stuurde staatssecretaris Struyken een eerste opzet van een wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld naar de Tweede Kamer. Bureau Clara Wichmann heeft haar visie op de noodzaak van strafbaarstelling van psychisch geweld eerder gedeeld met de staatssecretaris.
Psychisch geweld richt zich met name op het beïnvloeden van de emoties, gedachten en het zelfbeeld van het slachtoffer. Psychisch geweld uit zich doorgaans in een reeks handelingen die samen een schadelijk patroon vormen. Dit type geweld kan relatief onschuldige vormen aannemen en in de tijd steeds heftiger worden. Zo kan het beginnen met gemene ‘grapjes’ die uitgroeien tot intimidatie, bedreiging, vernedering, emotionele manipulatie en gaslighting. Daarnaast omvat psychisch geweld dwingende controle, met kenmerken zoals economische beheersing, controle en surveillance over sociale contacten, het veroorzaken van sociaal isolement, en het afhankelijk maken van het slachtoffer. Psychisch geweld heeft het risico van escalatie: het kan een voorbode zijn van meer en in ernst toenemend geweld. De inzichten van Jane Monckton Smith¹ dragen bij aan dit begrip door psychisch geweld te positioneren als een voorbode van mogelijk fatale escalatie van partnergeweld (femicide). Haar onderzoek toont aan dat psychisch geweld vaak een fase is in een cyclus van geweld, waarbij controle en intimidatie escaleren tot meer ernstige vormen van geweld. Het is van groot belang dat psychisch geweld op tijd wordt herkend en dat er snel wordt ingegrepen om slachtoffers te helpen.
Het is goed dat de staatssecretaris in de eerste opzet van een wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van psychisch geweld onderkent dat psychisch geweld een opstapeling van gedragingen omvat en niet één enkel incident, en dat de strafbaarstelling daarop ingericht moet zijn. De focus ligt daarbij op het totale gedrag van de dader over een langere periode en niet alleen op afzonderlijke strafbare feiten. Psychisch geweld vraagt de mogelijkheid om bijzondere opsporingsbevoegdheden in te zetten, ook de staatssecretaris erkent dat. Positief is verder ook dat de staatssecretaris voorstelt dat het Openbaar Ministerie op eigen initiatief een opsporingsonderzoek kan starten, zonder dat het slachtoffer aangifte heeft hoeven doen. Daarnaast zal worden bekeken op welke manier bijzondere opsporingsbevoegdheden kunnen worden ingezet.
Naast deze positieve elementen in de geschetste eerste opzet voor de strafbaarstelling van psychisch geweld, is BCW teleurgesteld dat de staatssecretaris niet ingaat op:
- de erkenning en noodzaak van het bestrijden van de bredere context van genderongelijkheid, patriarchale macht en controle. Psychisch geweld is een symptoom van genderongelijkheid in de samenleving. Daarmee samen hangt de noodzaak van preventieve maatregelen;
- het belang van een intersectionele feministische benadering die rekening houdt met de complexiteit van ervaringen van slachtoffers en met specifieke vormen van geweld die voortkomen uit de interactie van ‘ras’², gender, seksuele oriëntatie en andere factoren.
BCW zal deze tekortkomingen in de eerste opzet van het wetsvoorstel nogmaals onder de aandacht van de staatssecretaris brengen en verwerken in onze inbreng voor de internetconsultatie die gepland staat voor de zomer van 2026.
¹ MoncktonSmith, Jane. In Control: Dangerous Relationships and How They End in Murder, Bloomsbury, 2021.
² BCW verwerpt theorieën die gebaseerd zijn op het bestaan van verschillende rassen, want alle mensen horen tot dezelfde soort. We gebruiken de term ‘ras’ om te garanderen dat personen die algemeen en ten onrechte worden gezien als behorend tot een ander ras, niet worden uitgesloten van de bescherming die strafbaarstelling psychisch geweld zou moeten bieden.
