Sekswerk

Bureau Clara Wichmann zet zich in voor een versterking van de rechtspositie van sekswerkers. Sekswerk wordt hierbij uitgelegd als het betaald uitwisselen van seksuele diensten tussen instemmende volwassenen, onder de afgesproken voorwaarden. Kortom, sekswerk is werk, wordt als zodanig belast, en moet dus kunnen worden uitgevoerd en als werk behandeld worden in Nederlandse wetgeving- en beleid.

Het merendeel van de sekswerker is (trans) vrouw, waarmee dit een gender issue is en het raakt aan de missie en visie van Bureau Clara Wichmann (zie hier cijfers). Het uitgangspunt van het Bureau is dat alle mensen gelijk recht hebben op zelfbeschikking, het recht op vrije beroepskeuze, vrije diensten en veiligheid en dat dit als uitgangspunt centraal moet staan bij gesprekken (beleid) over sekswerk. 

‘Criminalisering gaat altijd ten koste van sekswerkers’ – Regien de Graaff – advocaat en (tegenwoordig) lid van de Raad van Toezicht van Bureau Clara Wichmann Trouw (2020).

Op basis van de internationale mensenrechten hebben Staten, en dus ook Nederland, de verplichting om discriminatie op grond van gender en andere vormen van directe of indirecte discriminatie tegen te gaan, en om de mensenrechten van individuen – waaronder die van vrouwen en meisjes, en zij die het risico lopen om gediscrimineerd te worden vanwege seksuele oriëntatie, genderidentiteit, of op welke grond dan ook – te waarborgen, te respecteren, te beschermen en te bevorderen. Nederland is dan ook wat betreft de rechten van sekswerkers gebonden aan de Grondwet, en aan voornoemde Europese en internationale verdragen. Dit gaat onder andere over de volgende (grond)rechten:

  • het grondrecht op vrije arbeidskeuze: art. 19 lid 3 grondwet en artikel 6 van het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (het “IVESCR”);
  • het recht op vrije ontplooiing en integriteit: artikelen 3 en 6 van het VN-vrouwenverdrag brengt met zich mee dat vrouwen in staat worden gesteld zich (sociaal- en economisch) volledig kunnen ontplooien en ontwikkelen. Hiernaast moeten overheden op grond van deze artikelen alle passende maatregelen nemen om vormen van handel in- en de uitbuiting van vrouwen tegen te gaan.

    CEDAW, het orgaan dat de uitvoering van het VN-vrouwenverdrag handhaaft, uitte in 2010 al haar zorgen over de registratieplicht van sekswerkers. De zorgen waren toen al dat dit kan leiden tot onveiligheid en het risico dat sekswerkers in de onzichtbare, en oncontroleerbare illegaliteit belanden.
  • het recht op gezonde arbeidsomstandigheden: dit volgt uit de verdragen van de International Labour Organization (ILO), die Nederland heeft geratificeerd;
  • het recht op respect voor privéleven en het recht op privacy: artikelen 10 van de Grondwet en artikel 8 van het EVRM waarborgen dit:

    In de zaak Khelili tegen Zwitserland uit 2011 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al dat een registratieplicht van sekswerkers strijdig is met artikel 8 EVRM.
  • het recht op privacy van bijzondere persoonsgegevens: artikel 9 lid 1 AVG. Hiermee is al geoordeeld dat de registratie van sekswerk strijdig is met artikel 8 EVRM;
  • Ook  de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is helder in haar advies aan de regering over de invoering van een vergunning- en registratieplicht onder meer onder verwijzing naar het recht op bescherming van persoonsgegevens.De Afdeling heeft namelijk ernstige twijfels of het vergunningensysteem voor sekswerkers zoals voorgesteld een positieve bijdrage zal leveren aan het bestrijden van misstanden in de sekswerk sector. Het vergunningvereiste zal naar verwachting een hoge drempel vormen om dit beroep legaal uit te oefenen. Het is zeer aannemelijk dat de illegaal sekswerk en daarmee ook de kans op misstanden toeneemt. Daarmee is de voorgestelde prostitutievergunning contraproductief.
  • het Europese fundamentele recht op het vrije verkeer van diensten: artikelen 56-62 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG).

Acties

In 2009 werd het Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche ingediend. Mede naar aanleiding hiervan is Bureau Clara Wichmann in contact met (verenigingen van) sekswerkers, en is onderzocht wat de juridische mogelijkheden waren tegen de registratieplicht. Sindsdien heeft het Bureau regelmatig contact met (verenigingen van) sekswerkers, over manieren om hun rechtspositie te versterken. Ook hebben bij het Bureau betrokken advocaten, onder wie mr. Regien de Graaff, regelmatig rechtszaken gedaan voor sekswerkers die aangesloten zijn bij PROUD, belangenvereniging van sekswekers.

In maart 2018 was Bureau Clara Wichmann mede-ondertekenaar van een brief aan de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties, van de International Women’s Health Coalition. In de brief benadrukken de ondertekenaars het belang van een mensenrechtelijke benadering van sekswerk, en dat sekswerkers net als iedereen het recht hebben onder veilige en waardige omstandigheden te werken en zonder angst voor criminalisering of geweld. De brief is tot stand gekomen samen met, en in solidariteit met, sekswerkers en sekswerk organisaties en is breed ondertekend door vrouwen- en mensenrechtenorganisaties.  

In januari 2019 heeft het Bureau bijgedragen aan de schaduwrapportage aan CEDAW, van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag, waarin wordt gesignaleerd dat de Nederlandse overheid geen cijfers presenteert over geweld tegen sekswerkers terwijl dit wel vereist wordt door het Verdrag.

In mei 2021 verstuurde het Bureau samen met 15 andere vrouwen- en mensenrechtenorganisaties een brief aan Mariette Hamer, als informateur. ‘Bescherm en versterk onze persoonlijke rechten en vrijheden’ was onze oproep, met de brief deden we een dringend beroep op alle politieke partijen en de informateur om onze persoonlijke vrijheden bij de vorming van een nieuw kabinet zorgvuldig te beschermen en te versterken. Hierin was specifiek aandacht voor de gelijke behandeling van sekswerkers, het respecteren van het recht op vrije beroepskeuze en om te stoppen met pogingen om sekswerkers te criminaliseren.

Updates over rechtszaken

Bureau Clara Wichmann heeft zich als organisatie gevoegd in de ‘Third party intervention’ van Nederlandse NGO’s in een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (M.A. e.a. t. Frankrijk). Lees hier meer over deze interventie.  

In de zaak tegen Frankrijk draait het om het criminaliseren van het afnemen van diensten van sekswerkers. Op 1 februari 2019 oordeelde het Franse constitutionele Hof dat dit verbod geldig was, op grond van de Franse wetgeving over sekswerk uit 2016. Hiertegen zijn 261 Franse sekswerkers in verzet gegaan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Bureau Clara Wichmann steunt dit verzet met deze interventie, samen met 24 andere Nederlandse NGO’s. 

Om de fundamentele rechten van sekswerkers te waarborgen, is het nodig om hun zelfbeschikkingsrecht, veiligheid en gezondheid centraal te stellen. Het uitgangspunt in deze zaak is dan ook dat het criminaliseren van sekswerk niet leidt tot minder sekswerk, maar alleen tot slechte en gevaarlijke werkomstandigheden. Het is ook belangrijk dat sekswerkers veilig naar de politie kunnen stappen zonder angst om zelf gestraft te worden. De veiligheid en gezondheid van sekswerkers moet gewaarborgd worden door veilige en legale werkplekken, toegang tot gezondheidszorg en toezicht en handhaving op mensenhandel. Hierbij onderstreept Bureau Clara Wichmann dat het van groot belang is en de hoogste tijd is dat sekswerkers worden betrokken bij wet- en regelgeving, toezicht, handhaving en het aanbod op zorg. Zoals de welbekende phrase krachtig samenvat: “Nothing about us, without us!”

Sorry

De versie van de browser die je gebruikt is verouderd en wordt niet ondersteund.
Upgrade je browser om de website optimaal te gebruiken.